De Narcissus is een geslacht uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae). Oorspronkelijk komt de narcis uit het Middellandse Zeegebied (voornamelijk Spanje en Portugal). Het is een bolgewas dat na een koude rustperiode (hebben ze nodig) in het voorjaar opkomt en gaat bloeien.

Vanaf januari verschijnen de bladeren al boven de grond en in februari beginnen de eerste narcissen al te bloeien. De Narcissus is er in vele kleuren, soorten en maten. Sommige soorten ruiken ook nog eens lekker. Door verschillende soorten met verschillende bloeiperiodes met elkaar te combineren kan je lang van de bloemen genieten. De grootste narcis wordt ongeveer 80 centimeter hoog. Er zijn genoeg soorten die veel kleiner blijven (de kleinste ongeveer 15 centimeter).

De narcis maakt nieuwe bolletjes aan naast de oude bol (broedbollen) en vermeerderd zich op die manier. Zo heb je na verloop van tijd dus een leuke bos met narcissen staan. Ze houden van een lichte standplaats en goed gedraineerde grond. Bij teveel vocht kunnen de bollen gaan rotten. Narcissen zijn geschikt voor een rotstuin.

Laat de bladeren na de bloei nog zitten tot die afsterven. Met behulp van de bladeren verzamelt de Narcissus energie in de bol om volgend jaar ook weer te bloeien. Je kunt het beste wel de uitgebloeide bloemen wegknippen. Als je dat niet doet, gaat de plant teveel energie steken in het aanmaken van zaad. Hierdoor komt er te weinig energie in de bol voor een uitbundige bloei in het volgende jaar.

De bloemen zijn zeer geschikt als snijbloem. Uit de steel komt een slijmerig vocht. Dat vocht kan de huid irriteren maar ook andere bloemen in de vaas aantasten. Je kunt narcissen dus beter alleen in de vaas zetten.

 

 

Bladkleur: groen

Bloeiperiode: februari – mei

Bloemkleur: divers

Eigenschap: jaarlijks opnieuw opkomend

Geurende bloem: ja

Grondsoort: normaal

Hoogte: 80 cm

Standplaats: zon/halfschaduw

Trekt bijen aan: ja

Winterhardheid: -25 ºC