De Lilium is een bolgewas uit de leliefamilie (Liliaceae) en wordt ook lelie genoemd. Het geslacht telt meer dan honderd soorten en het merendeel daarvan komt op het Noordelijk Halfrond voor.

De Lilium is een vaste plant. De wortels sterven in de winter niet af, zoals dat bij veel bollen wel gebeurt. Als je de bollen wilt verplaatsen, probeer dan zoveel mogelijk wortels te laten zitten en laat ze niet uitdrogen. De beste tijd om lelies te verplaatsen is in de herfst als de plant boven de grond is afgestorven.

Zoals ook in het inleidende verhaal van de categorie ‘bollen en knollen’ aangegeven, heeft de bol van de lelie geen beschermend velletje. Hierdoor kan de bol sneller uitdrogen en is deze kwetsbaarder. Stop de bollen zo snel mogelijk na aankoop/ontvangst in de grond om uitdroging te voorkomen. Dat kan in de herfst of in het voorjaar zijn. Plant de bollen zo diep dat er minimaal 10 cm grond boven de bol zit. Voldoende diepte is belangrijk omdat veel lelies ook stengelwortels maken. Die stengelwortels zorgen voor de opname van water en voor verankering in de grond. In het eerste jaar na aanplant, moeten de wortels zich nog ontwikkelen en is er een grotere kans op uitdroging. Als de Lilium zich eenmaal heeft gesetteld, kan ze meestal heel wat droogte verdragen.

De meeste lelies geven de voorkeur aan een lichte standplaats met minimaal een halve dag direct zonlicht. Zorg voor beschutting tegen de wind, want de Lilium vangt gemakkelijk teveel wind met zijn hoge stelen met veel en grote bloemen. De lelie doet het perfect tussen andere vaste planten. Die geven steun en zorgen dat de voet van de lelie in de schaduw staat, wat ze graag wil. De hele hoge leliesoorten hebben meestal extra steun nodig om de grote bloemen te kunnen dragen. Wat de grond betreft zijn de meeste lelies niet erg kieskeurig, als die maar wel goed doorlatend is. Dek de aarde boven de bol in de winter af met bladeren of iets dergelijks om bescherming te bieden tegen de vorst.

Lelies maken nieuwe kleine bolletjes aan. Die kunnen ondergronds in een groepje aan de steel groeien. Sommige lelies, zoals de tijgerlelie, maken boven de grond bolletjes aan in de bladoksels. Die bolletjes zullen na een paar jaar gaan bloeien. Je kunt ook enkele van de buitenste schubben van de bol afbreken en die in de grond zetten. Er groeien nieuwe bolletjes aan de basis van de schubben. Ze hebben 6 tot 12 weken koelte (bv in de koelkast) nodig om te gaan groeien en het duurt wel een paar jaar voor die gaan bloeien. Je kunt sommige lelies ook opkweken uit zaad.

Woelratten en andere knaagdieren eten graag van de bol. Door de bol los in fijnmazig ijzergaas te pakken en dan in de grond te stoppen, kan je de bol daartegen beschermen. Slakken eten ook graag van de lelie. Ook het leliehaantje en vooral zijn larven vormen een bedreiging voor de lelies. Het is wel handig als je gemakkelijk bij de lelies kunt komen om te jagen op de leliehaantjes. Anders zijn de lelies misschien al zeer aangetast voordat je het in de gaten hebt.

Knip de uitgebloeide bloemen af, zodat alle energie in de bol wordt opgeslagen en niet wordt gestoken in het aanmaken van zaad. Laat de stengel staan, zodat de bladeren de energie kunnen verzamelen voor de bol. Knip de stengel pas tot de grond af als die vergeeld is.

Alle delen van de Lilium kunnen giftig zijn voor katten, ook het stuifmeel.

De bloemen zijn heel geschikt als snijbloem. Laat ongeveer 2/3 van de steel staan, zodat de rest van de bladeren voldoende energie in de bol kunnen verzamelen voor het volgende jaar. Zet de vaas niet te dicht bij rijpend fruit en niet in de zon. Stuifmeelvlekken kan je het beste met de stofzuiger, plakband of een borstel verwijderen. Mocht er toch een vlekje zijn blijven zitten, dan verdwijnt die als je de stof in de zon legt of hangt.

Tegenwoordig worden lelies ingedeeld in 9 divisies. De verdeling is gebaseerd op de bloem- en bladkenmerken en herkomst. Door de wilde soorten en hun variëteiten (uit divisie 9) te kruisen ontstaan nieuwe lelies met eigenschappen van meerdere soorten. Deze lelies worden hybriden genoemd. De 9 divisies zijn:

1. Aziatische hybriden
Hybriden die uit de volgende soorten en interspecifieke hybriden (kruisingen tussen hybriden) voortkomen: amabile, bulbiferum, callosum, cernuum, concolor, dauricum, davidii, L. × hollandicum, lancifolium (syn. Tigrinum (tijgerlelie)), lankongense, leichtlinii, L. × maculatum, pumilum, L. × scottiae, wardii en wilsonii.

Deze lelies hebben over het algemeen niet-geurende, kleine tot middelgrote bloemen en bloeien in juni – juli. Aan de steel zitten weinig tot redelijk veel bloemen. De bladeren zijn gemiddeld in breedte tot redelijk smal en zitten verspreid over de steel. De bloemen zijn komvormig, plat of met gekromde bloemblaadjes, meestal met een open centrum en ze wijzen naar boven, opzij of naar beneden. Ze hebben heldere kleuren (wit, roze, oranje, geel, rood en paars) met veel mengkleuren. De hoogte varieert tussen 30 cm en 1,5 m.

2. Martagon hybriden
Hybriden die uit van de volgende soorten en interspecifieke hybriden voortkomen: L. × dalhansonii, hansonii, martagon, medeoloides en tsingtauense.

Deze lelies hebben kleine, meestal veel en vaak hangende bloemen met redelijk dikke, zeer gekromde bloemblaadjes. De bloemen hebben vaak de vorm van een Turkse tulband en daarom worden deze lelies ook Turkse lelies genoemd. Ze bloeien in juni - juli en hebben graag wat meer schaduw en vochtige, goed doorlatende grond. De bladeren zitten in een krans om de steel en ze zijn meestal redelijk breed. De bloemen zijn meestal gespikkeld en ruiken vaak onprettig. Martagon hybriden groeien niet erg goed in gebieden met hete, vochtige zomers. De hoogte varieert tussen 40 cm en 1,5 m.

3. Euro-Kaukasische (Candidum) hybriden
Hybriden die uit de volgende soorten en interspecifieke hybriden voortkomen: candidum (Madonna lelie), chalcedonicum, kesselringianum, monadelphum, pomponium, pyrenaicum en L. × testaceum.

Deze lelies hebben kleine tot middelgrote bloemen die redelijke bleek van kleur zijn en vaak geuren. De bloemen zijn belvormig tot de vorm van een Turkse tulband. Aan de steel zitten weinig tot redelijk veel bloemen die over het algemeen naar beneden wijzen. De bloempluim is relatief kort. De bladeren zitten verdeeld over de steel. Deze lelies bloeien in juni – juli en hebben graag wat meer kalk in de grond en willen dichter bij de oppervlakte geplant worden. In de winter komt het blad al op. De hoogte varieert tussen 50 cm en 1,5 m.

4. Amerikaanse hybriden
Hybriden uit de volgende Amerikaanse soorten en interspecifieke hybriden voortkomen: bolanderi, L. × burbankii, canadense, columbianum, grayi, humboldtii, kelleyanum, kelloggii, maritimum, michauxii, michiganense, occidentale, L. × pardaboldtii, pardalinum, parryi, parvum, philadelphicum, pitkinense, superbum, vollmeri, washingtonianum en wigginsii.

Deze lelies hebben kleine tot middelgrote bloemen in een piramide vormige pluim. De bloemen wijzen over het algemeen naar beneden en zijn meestal fel geel tot oranje of oranjerood meestal met stippen en hebben weinig geur. Het centrum en de uiteinden van de bloemblaadjes hebben vaak een contrasterende kleur. De bloemblaadjes zijn vrij smal en meestal een beetje tot sterk gekromd. De bladeren zitten over het algemeen (in ieder geval deels) in een krans om de steel. Deze lelies bloeien in juni – juli. De hoogte varieert tussen 30 cm en 2 m.

5. Longiflorum hybriden
Hybriden of selecties die alleen maar voorkomen uit: formosanum, longiflorum, philippinense en wallichianum.

Deze lelie komt oorspronkelijk alleen in wit voor, maar is tegenwoordig ook in roze en geel verkrijgbaar. De stelen worden tussen de 50 cm en 1,5 m hoog met weinig trompetvormige, middelgrote tot grote bloemen. De bloemen zijn over het algemeen opstaand of zijwaarts gericht. De bladeren zitten verspreid over de steel en zijn smal tot gemiddeld breed. De lelie bloeit in juni – juli met zoet geurende bloemen.

6. Trompetlelies en Aureliaanse hybriden
Hybriden die uit de volgende soorten en interspecifieke hybriden voortkomen: L. × aurelianense, brownii, L. × centigale, henryi, L. × imperiale, L. × kewense, leucanthum, regale, rosthornii, sargentiae, sulphureum en L. × sulphurgale (maar hybriden van henryi met alle soorten genoemd in Divisie 7 uitgesloten). Aureliaanse hybriden komen voort uit een combinatie van henryi en trompet lelies.

Deze lelie heeft middelgrote tot grote bloemen die trompetvormig, komvormig of redelijk plat met gekromde bloemblaadjes kunnen zijn. De bloemen zijn wit, crème, geel, oranje of roze van kleur met vaak een contrasterende kleur keel en/of opvallende brede strepen aan de buitenkant. De trompetvormige bloemen geuren vaak en hebben meestal geen stippen. De andere bloemvormen hebben vaak wel vlekken. De bloemblaadjes hebben vaak gebogen puntjes. De lelie bloeit in juli - augustus. De bladeren zitten verspreid over de steel en zijn smal tot gemiddeld breed. De hoogte varieert tussen de 90 cm en 2 m.

7. Oriëntaalse hybriden
Hybriden die uit de volgende soorten en interspecifieke hybriden voortkomen: auratum, japonicum, nobilissimum, L. × parkmanii, rubellum en speciosum (maar exclusief alle hybriden hiervan met henryi).

Deze lelie heeft meestal middelgrote tot zeer grote bloemen. Aan de steel zitten weinig tot redelijk veel bloemen. De bloemen zijn meestal komvormig, plat of met gekromde bloemblaadjes en wijzen vaak naar boven of zijwaarts. De binnenste bloemblaadjes zijn vaak erg breed met vaak gegolfde randjes en overlappen elkaar aan de basis. De bloemen zijn over het algemeen wit tot roze tot paarsrood en sommigen zijn goudgeel. De basiskleur is vaak wit met contrasterende kleuren als middenstreep of verdeeld over het hele blad behalve de buitenste rand. Er kunnen wel of geen stippen aanwezig zijn. Deze lelies hebben matig tot sterk geurende bloemen in augustus - september. De stelen worden tussen de 60 cm en 2,5 m hoog. De bladeren zitten verspreid over de steel en zijn breed tot zeer breed. Deze lelies houden van zuurdere grond dan andere lelies, staan graag in de volle zon en zijn minder winterhard.

8. Overige hybriden/interdivisie hybriden
Hier vallen alle hybriden onder die niet in de voorgaande divisies 1 - 7 zijn genoemd. Hier vallen ook de hybride onder die zijn ontstaan door kruisingen van lelies uit de verschillende divisies zoals:
LA hybriden (longiflorum/Aziatisch)
LO hybriden (longiflorum/Oriëntaals)
OA hybriden (Oriëntaals/Aziatisch)
OT hybriden of Oriënpets (Oriëntaals/trompet)
Hier vallen ook de hybriden van henryi met auratum, japonicum, nobilissimum, L. × parkmanii, rubellum en speciosum onder die in de divisies 6 en 7 zijn uitgesloten.

9. Soorten en cultivars van soorten (species en cultivars van species)
Dit zijn lelies die in het wild voorkomen en zich spontaan gekruist hebben. Hier vallen alle soorten (‘wilde’ lelies) en hun ondersoorten, variëteiten en vormen onder inclusief de daarvan afkomstige cultivars, behalve degenen die alleen maar voort zijn gekomen uit een van de volgende soorten: formosanum, longiflorum, philippinense en wallichianum, die in divisie 5 zijn geplaatst.

De informatie bij de specificaties geldt als gemiddeld voor alle lelies. Per soort en hybride kan dit variëren. Kijk daarvoor naar de informatie die bij de bol geleverd wordt.

 

 

Bladkleur: groen

Bloeiperiode: juni – juli

Bloemkleur: divers

Eigenschap: jaarlijks opnieuw opkomend

Geurende bloem: ja

Grondsoort: normaal/vochtig

Hoogte: 30 cm tot 2,5 m

Standplaats: zon/half schaduw

Trekt bijen aan: ja

Winterhardheid: -20 ºC